arka04

Online ticketverkoop ArkA Symfonie Orkest


Wij bieden u op deze pagina de mogelijkheid om online uw tickets voor de voorstellingen van ArkA te bestellen.
Hieronder vind u een overzicht van onze lopende voorstellingen.

 

 

Frontblad Allerzielenconcerten 2021 Versie compleet kopie

  

Toegang:

Standaardtarief: € 17,50

Studententarief: € 12,50, Contrôle middels studentenkaart.

 

Contrôle aan de zaal:

QR-Code, vaccinatiebewijs, een negatieve testuitslag (< 24 uur oud) of een coronainfectiebewijs (< 6 mnd geleden)

 

 

 

1. Het Allerzielenconcert in de

Kloosterbibliotheek

Wittemer Allee 32 Wittem

zondag 31 oktober 15.00 uur

 

reserveren: klik hier !

 

Kaarten ook verkrijgbaar aan de zaal, er geldt dan een opslag van € 2,50.

 

 

 

 

 2. Het Allerzielenconcert in de

Sint Jan Maastricht

woensdag 3 november om 20.15 uur  

 

reserveren: klik hier !    

 

Kaarten ook verkrijgbaar aan de zaal, er geldt dan een opslag van € 2,50.

   

 

 

 

 

Concertinformatie

 

 

 

 

Ludwig von Beethoven (1770-1827)

Marchia Funèbre: 2e deel uit de Derde Symfonie

 

De beroemdste Marche Funèbre (treurmars) komt uit Beethovens Derde Symfonie, gecomponeerd tussen april 1803 en april 1804, en was oorspronkelijk bedoeld om opgedragen te worden aan Napoleon toen hij als Eerste Consul van Frankrijk nog groot in aanzien was bij Beethoven. Echter, toen Beethoven hoorde dat Napoleon zichzelf op 18 mei 1804 tot keizer had gekroond barstte Beethoven in woede uit met de woorden: “is hij dan niets meer dan een gewoon mens”, en daarbij vervolgens de verwachting uitsprak dat hij zich boven alle andere mensen zou plaatsen en zich zou gaan gedragen als een tyran. Daarop verwijderde Beethoven resoluut de opdracht aan Napoleon van het titelblad van het werk dat toen nog ‘Sinfonia Grande’ heette. De titel Sinfonia Eroica is pas voor het eerst gebruikt toen het werk werd gepubliceerd in 1806: Muziek opgedragen ter nagedachtenis aan een groot man. Toen het werk uiteindelijk haar publieke première beleefde op 7 april 1805 in het Theater-an-der-Wien, had er al een privé-uitvoering plaatsgevonden bij Prins Lobkowitz aan wie Beethoven het werk uiteindelijk heeft opgedragen (Lobkowitz palace, Wenen, 9 juni 1804).
Met zijn Eroica liep de componist op de Romantiek vooruit. Een Marche Funèbre als langzaam deel in een symfonie deel was ook nog nooit eerder vertoond. De beroemde treurmars vormt het onbetwistbare emotionele middelpunt van het werk. Het voorgeschreven tempo (metronoom = 80) is ook daadwerkelijk dat van een zich langzaam voortbewegende rouwstoet. Het verhaal gaat dat de onaardse muziek voortkwam uit een bijna-doodervaring van Beethoven, die een zelfmoordpoging deed nadat hij ontdekte dat zijn doofheid een onomkeerbaar proces was. Sommigen geloven dat dit deel van de Eroica Beethoven’s afscheid was van het “horende” leven dat nooit meer zou terugkeren.
Door zijn grootsheid was deze mars te horen op vele begrafenissen van beroemdheden, zoals die van componist Felix Mendelssohn, dirigent Arturo Toscanini en de Amerikaanse presidenten Franklin D. Roosevelt en John F. Kennedy. De muziek weerklonk ook bij de herdenkingsdienst voor de Joodse atleten die omkwamen bij de Palestijnse gijzelingsactie tijdens de Olympische Spelen van 1972.


Gabriel FAURÉ (1845-1924)
Pelléas et Mélisande

Het drama Pelléas et Mélisande uit 1892 van de Belgische schrijver Maurice Maeterlinck vormde voor verschillende componisten een dankbare inspiratiebron. Het toneelstuk werd voor het eerst opgevoerd in Parijs op 17 mei 1893.
De geschiedenis van Pelléas et Mélisande vertelt over een tragische driehoeksrelatie. Golaud, kleinzoon van koning Arkel, verdwaalt tijdens de jacht in het bos en treft daar de schuchtere Mélisande aan. Haar kwetsbaarheid oefent een grote aantrekkingskracht uit op de prins. Nadat Golaud haar naar het kasteel van zijn grootvader heeft gebracht, ontmoet Mélisande Golauds halfbroer Pelléas. Er ontstaat een fatale verhouding tussen haar en de halfbroers; Golaud met wie ze trouwt en pelléas met wie Mélisande een zielsverwantschap ontwikkelt. Golaud krijgt lucht van hun heimelijke ontmoetingen en doodt zijn broer. Mélisande sterft in het kraambed.
Het werk werd in het Engels vertaald en de actrice Campbell wilde voor een Londense opvoering toneelmuziek passend bij het stuk. Debussy, geïnspireerd door het intrigerende verhaal, en op dat moment druk bezig met het componeren van zijn opera met gelijknamige titel weigerde er ook een orkestraal uittreksel bij te maken. Fauré accepteerde vervolgens de opdracht en stelde in 1898 een aanvankelijk driedelige orkestsuite, bestaande uit ‘Prélude’, ‘Fileuse’ en ‘Mort de Mélisande’, samen. De orkestratie liet hij voor een groot deel over aan zijn leerling Koechlin. Later voegde hij de ‘Sicilienne’ en ‘Chanson de Mélisande’ toe waarbij deze laatste vaak wordt weggelaten.
Na Fauré voltooiden nog drie andere vooraanstaande componisten werken geïnspireerd door Maeterlincks drama: Debussy met zijn reeds genoemde opera (1902), Schönberg's vroege toongedicht (1903) en Sibelius's toneelmuziek (1905). Fauré dirigeerde het orkest voor de première in de Prince of Wales's Theatre op 21 juni 1898.

 

Elégie voor cello en orkest.


Een van de meest opgenomen werken van Fauré is het in 1880 gecomponeerde Elegie voor cello en orkest. Het stuk werd gecomponeerd voor Charles Loëb, cello docent aan het conservatorium van Parijs. Oorspronkelijk geschreven voor cello en piano vond de eerste publieke uitvoering plaats in het Société Nationale in Parijs (15 december 1883) nadat het in juni 1880 ook al had geklonken in de woonkamer van Saint-Saëns. De orkestbegeleiding is in 1895 op verzoek van dirigent Edouard Colonne geschreven onder de titel Élégie pour violoncelle et orchestre. De premiére van de orkestversie vond plaats op 23 Januari 1902 te Monte Carlo met Carlo Sansoni als solist. Het werk is niet alleen tijdloos, maar heeft ook de typisch zachtaardige en uiterst melodieuze componeer stijl van Fauré. Na de opening van het stuk heb je geen idee welke kant het uit zal gaan, totdat de cello invalt! De cellosolo wordt gespeeld door Anna Nagy.


Maurice Ravel (1875-1937)
Pavane pour une Infante Défunte:

 

Pavane voor een overleden (Spaanse) prinses (Infanta = prinses) (1899) is een muziekstuk oorspronkelijk voor piano geschreven door de destijds 24-jarige Maurice Ravel. Ravel voltooide in 1910 ook een georkestreerde versie. De eerste uitvoering daarvan was op 27 Februari 1911 in Manchester, Engeland. Het stuk werd al gauw bijzonder populair. De enorme populariteit werd voor Ravel zelfs een bron van ergernis omdat hij vond dat hij ná de Pavane veel betere stukken had geschreven, die toch minder geliefd waren.
De pavane is geschreven in de Franse Pyreneeën, de geboortestreek van Ravel, niet ver van de Spaanse grens. Spaanse invloeden zijn dan ook terug te vinden in veel van Ravel’s muziek. Zijn eerste officieel uitgegeven muziek was bv. een habanera voor twee piano’s (maart 1898).
Een pavane is een langzame processie uit Padua (Pava is dialect voor Padua), populair in de 16e en 17e eeuw: vier stappen voorwaarts en drie stappen terug begeleid door passende muziek. Volgens een oude Spaanse traditie werd het uitgevoerd in de kerk als een stijlvol gebaar van afscheid aan de overledene. Wat betreft de identiteit van de dode princes gaf Ravel uiteindelijk toe dat hij de titel had gekozen vanwege de klank van de woorden. De alliteratie van de “p’s” in Pavane en pour en de “f’s” van Infante en défunte had hij zo mooi gevonden.
Talloze bewerkingen van dit muziekstuk zijn later verschenen.


Charles Gounod (1818-1893)
Petite Symphonie

 

Naast de opera’s ‘Faust’ en ‘Romeo en Julia’ is de Petite Symphonie een van de bekende werken van Gounod. Ontstaan in wat aangeduid wordt als de Belle Époque (het mooie tijdperk) aan het einde van de 19e eeuw was het de intentie van Gounod om met het werk de tonale en technische mogelijkheden van de gebruikte blaasinstrumenten tot expressie te laten komen.
Het ontstaan van de Petite Symphonie voor negen blaasinstrumenten was het resultaat van een samenloop van omstandigheden. De eerste was de revolutionaire structurele verbetering die Theobald Boehm aan de houten blaasinstrumenten aanbracht waardoor de toon, stabiliteit van de intonatie en het technisch gemak van spelen sterk verbeterd werd. De tweede belangrijke factor bij het ontstaan van deze symfonie was de opleving van de blaasmuziek, gepromoot door de fluitist Paul Taffanel, een van Gounod’s vrienden. Taffanel was in die tijd de meest gevraagde fluitist en richtte in 1879 de ‘Société de Musique de Chambre pour instruments à vent’ op met als doel blaasmuziek te promoten voor de nieuwe stijl Boehm-instrumenten. Diverse componisten werden uitgenodigd tot het schrijven van muziek en zes jaar later voltooide Gounod daarop zijn Petite Symphonie. Voor het werk koos hij voor de standaardopbouw van een vierdelige symfonie, met twee hobo’s, twee klarinetten, twee fagotten en twee hoorns en als speciale aanvulling een enkele fluit, geschreven voor Taffanel die met name in het tweede deel (andante cantabile) de kans kreeg te excelleren.

 

 Anna Nagy

 

Anna3

 

Anna Agnes Nagy werd geboren in Boedapest en al op jonge leeftijd raakte ze gefascineerd door de cello en volgde weldra lessen aan de muziekschool in Szentendre. Op de middelbare school nam ze deel aan de Hongaarse nationale competitie voor conservatoriumstudenten en ontving een extra aanmoedigingsprijs . Ze werd vervolgens toegelaten tot de Franz Liszt University of Music alwaar ze haar masterstudie cum laude afsloot.
Vanaf 2011 volgde ze een extra masteropleiding aan het Maastrichtse conservatorium bij Marc Vossen en volgde ze tot einde 2014 het Graduate Quartet program aan de Montclair State University, New Jersey (USA). Gedurende haar studie nam ze deel aan verschillende masterclasses in onder andere Hongarije, Spanje en Zwitserland en toerde met verschillende symfonie-orkesten door Japan, China en Brazilië. Daarnaast speelde ze ook in het barokensemble Siciliano, maar ook tijdens de Hongaarse premiere van de musical Chess. Ze speelde bij het strijkorkest Concerto Malaga, Antwerp Symphony Orchestra en Philharmonie Zuidnederland. Tegenwoordig speelt ze bij Sinfonieorchester Aachen.

 

 

-

Sponsors

Sponsors van ArkA Symfonie Orkest:

 

 logofsi        ElisabethStrouven logo grijs       

logo gemeente maastricht             Logo_Interfisc_Group_illustrator (vector)bestand kopie.jpg        

            

 Schermafbeelding 2019-11-29 om 19.59.34.jpg

      

 

        

 

Vrienden gezocht

Per 1 januari 2011 heeft de Stichting ArkA Symfonie Orkest de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). RSIN nummer: 812614641,  
Vestigingsplaats: Cadier en Keer.  >> Lees hier meer.

Dat betekent dat giften aan ArkA fiscaal aftrekbaar zijn onder de daarvoor geldende regelingen.
Zonder geld zijn de activiteiten van ArkA niet mogelijk.anbi drukwerk voorbeeld Wilt u ArkA ook financieel steunen? 

Neem dan contact op met het bestuur.

Activiteiten ArkA

Klik hier als u regelmatig per e-mail geïnformeerd wilt worden over de activiteiten van ArkA. Uw gegevens worden niet voor andere doeleinden gebruikt of aan derden beschikbaar gesteld.
Lees hier onze privacy verklaring

facebook kleur Facebooktwitter kleur Twitterlinkedin2 LinkedIn